Motorrijbewijs (categorie A):

 

Wil je motorrijles nemen, dan kan dit zonder dat je vooraf in het bezit moet zijn van een theoriecertificaat voor de categorie A. Voorwaarde is wel dat je in het bezit bent van een ander rijbewijs, bv. dat van de categorie B (auto). Bij het aanvragen van het motorexamen dien je uiteraard wl in het bezit te zijn van het theoriecertificaat voor motor. Het certificaat is n jaar geldig.

De lessen worden gegeven op een:

 

 Honda's CB   500

 Honda's CBF 500

 

 

Als je gaat rijlessen moet je veilige en beschermende uitrusting dragen, denk BV aan schoeisel dat minimaal de enkels bedekt, goedgekeurde helm, handschoenen.

De kleding en helm hebben bij voorkeur retorreflecterende kenmerken.

 

 

Lessen:

Wie motorrijlessen wil nemen, moet eerst een theoriecertificaat halen voor de motor (Categorie. A). Dit certificaat blijft slechts n jaar geldig.

Als je al in het bezit bent van het rijbewijs B hoef je niet eerst het theoriecertificaat A te halen. Je mag dus al motorrijlessen nemen. Als je aan het praktijkexamen wilt deelnemen, moet je echter wel een geldig theoriecertificaat A kunnen overleggen.

In de leeftijd van 18 tot 21 jaar mag alleen op een licht motor examen worden gedaan. De eerste twee jaar mag vervolgens alleen op een lichte motor worden, gereden. Pas na die twee jaar kan overgestapt worden op een zwaardere motor, zonder opnieuw een examen af te leggen.

 

Lichte en zware motor??

Lichte motor: Motor met een vermogen van maximaal 25 KW en een maximaal vermogen van 0,16 KW per kilo ledig gewicht.

Zware motor. Motor met een vermogen van minimaal 25 KW.

Het motorexamen bestaan uit 2 examens: voertuigbeheersing en het rijden
in het verkeer.
Het examen voertuigbeheersing bestaat uit:
Cluster 1:
-Lopen met de motor en gebruik van de standaard
Cluster 2:
- Langzame slalom (verplicht)
- Acht
- Halve draai
- Stapvoets rijden
- Wegrijden uit een parkeervak
- Vertragingsoefening

Cluster 3:
- Uitwijkoefening (verplicht)
- Snelle slalom (verplicht)
Cluster 4:
- Noodstop 50 km per uur (verplicht)
- Precisiestop
- Stopproef

Je moet 7 van de 12 bijzondere verrichtingen uitvoeren tijdens het examen voertuigbeheersing. De bijzondere verrichtingen zijn onderverdeeld in 4 clusters. De kandidaat mag elke oefening 1 keer overdoen bij een negatief resultaat. Het resultaat van de oefening uit het eerste cluster telt mee voor het eindresultaat. De kandidaat moet van elk van de overige 3 clusters er in ieder geval 1 voldoende hebben. Om te slagen moet de kandidaat in totaal 5 verschillende bijzondere verrichtingen succesvol afronden.

Daarna kun je het examen verkeersdeelneming afleggen. Is dat voldoende dan heb je het motorrijbewijs. Zak je voor voertuigbeheersing dan mag je NIET het examen verkeersdeelneming afleggen.
Slaag je voor het examen voertuigbeheersing en zak je voor het examen verkeersdeelneming, dan blijft de uitslag van het examen voertuigbeheersing 1 jaar geldig.